genenpool
mannelijk (de)/ˈɣenə(n)ˌpuːl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) alle erfelijke variatie die bestaat in een groep van individuen van één soortGeneticus Ed Gubbels wil haar geruststellen. Hij is secretaris van het Platform Verantwoord Huisdierenbezit. "De rasvereniging en de Raad zullen roepen: zie je wel, wilde fok, wij met onze strenge regels fokken ze beter. Dat is natuurlijk onzin. Deze twee hondjes zijn een steekproef uit de genenpool van het ras. Kennelijk is die zo verrot dat je zeven op zeven mismaakte, gehandicapte pups krijgt."Dit alles wil niet zeggen dat hetzelfde dieet ook hier zal leiden tot een betere gezondheid. IJslanders hebben namelijk een unieke genenpool en er is weinig vervuiling op het eiland.
Etymologie
*, leenvertaling van "gene pool"
Vertalingen
Engelsgene pool, genetic pool
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek