genenpoel

mannelijk (de)/ˈɣenə(n)ˌpul/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) alle erfelijke variatie die bestaat in een groep van individuen van één soort
    De Bengaalse tijger wordt ernstig bedreigd door een 'opdrogende genenpoel. Dat berichtte de krant Times of India maandag.
    Het is niet meer nodig om zeldzame en bedreigde reuzenpanda's te vangen voor het fokprogramma in China. Dat concluderen wetenschappers na een ontdekking bij onderzoek naar de genenpoel van de dieren.
    Op de nieuwe website van Edelbroek zijn in ieder geval nog de drie plannen te vinden die eerder zoveel media-aandacht kregen. Edelbroek wil nog steeds een genenpoel in een baan rond de aarde laten vliegen, die als back-up moet dienen bij een aardse catastrofe.

Etymologie

*, leenvertaling van "gene pool"

Vertalingen

Engelsgenetic pool, gene pool