genotype
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wetenschap) het geheel van genetische kenmerken dat een soort onderscheidtHet geslacht ligt vast in het genotype van de mens.
- (wetenschap) de sequentie van de nucleïnezuren in DNA en RNA in de mitochondriën
Etymologie
* In de betekenis van ‘type zoals bepaald door erfelijke aanleg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1936
Vertalingen
Engelsgenotype
Fransgénotype
DuitsGenotyp
Spaansgenotipo
Italiaansgenotipo
Portugeesgenótipo
Poolsgenotyp
Zweedsgenotyp
Deensgenotype
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek