gepastheid

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van gepastheid?

gepastheid betekent: de mate waarin iets bijdraagt aan een bepaald doel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets bijdraagt aan een bepaald doel
  2. de mate waarin iets overeenkomt met de goede zeden

Etymologie

* afleiding van gepast