geroffel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het voortdurend snel herhalend slaan waarbij veel lawaai wordt gemaakt
    De Tweede Kamer heeft woensdag met luid applaus en geroffel Emile Roemer uitgezwaaid als Kamerlid van de SP. Kamervoorzitter Khadija Arib prees de „grote vriendelijke reus” erom dat de SP onder hem het imago van „knorrige tegenpartij” van zich af heeft geschud.de Telegraaf 17 jan. 2018
    Begin vorige week woog pessimisme over verdere fiscale maatregelen door de regering Trump zwaar op de dollarkoers. Maar de positieve economische verrassingen en het constante geroffel op de trommel door de Federal Reserve in diens commentaren waren genoeg om de verwachtingen voor een renteverhoging en daarmee steun voor de dollarkoers weer terug te brengen.de Telegraaf ENRIQUE DIAZ 03 apr. 2017

Etymologie

* van roffelen

Vertalingen

Engelsruffle of drums, drumming