lawaai

onzijdig (het)/la'ʋaj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. luid en storend geluid
    Er was een feestje boven en er werd tot in de kleine uurtjes flink lawaai gemaakt.
    Tot mijn verbazing zag ik hoe het toestel woest knallend hevig heen en weer stond te schudden, alsof het alles op alles zette om zo veel mogelijk lawaai te produceren om de aandacht te trekken.
    Ik vond het niet prettig om te moeten schreeuwen om boven het lawaai uit te komen, en na elf uur werd het erg rokerig.

Etymologie

*Mogelijk een verbastering van het Franse l'aubade (de morgengroet).

Vertalingen

Engelsnoise, ruckus
Fransbruit
DuitsLärm
Spaansruido
Portugeesruído