lawaaien

Betekenis

werkwoord
  1. zeer luidruchtig bezig zijn; veel geluid produceren; veel rumoer maken; drukte maken
    In hoog tempo worden de soorten gespot. Op het strand scharrelen kleine plevieren rond, even later scheren ze over het water. Door de lucht zwiert een buizerd, Thijs hoort zwartkopjes, fitissen en tjif-tjafs die tegen elkaar lawaaien.
    Weet je wat het ergste van de hoofdstad is? De blijkbaar onvermijdelijke massale aanwezigheid van De Provincie! Straks komen ze met Koninginnedag weer met een miljoen naar Amsterdam om te zorgen dat wij niet eens rustig door onze eigenste grachtengordel kunnen wandelen omdat zíj daar zo nodig moeten lopen lawaaien, in plaats van gewoon thuis in Klompendam of Boerenstronkeradeel de boel op stelten te zetten.

Etymologie

* afleiding van lawaai