geruisloosheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het geruisloos zijnDe geruisloosheid van de inbreker misleidde het alarsysteem niet.
Etymologie
* afgeleid van geruisloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afgeleid van geruisloos