gespen

/ˈɣɛspə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bevestigen met behulp van een beugel waarin een riem of lint wordt vastgeklemd
    Bestuurder en bijrijder hebben genoeg ruimte. Achterin is het anders: daar heb je alleen iets te zoeken wanneer je een kind in een zitje wilt gespen of er een paar tassen wilt neerzetten.

Etymologie

*: "gesp" met de uitgang -en