woorden
boek
Start
›
G
›
gespierdheid
gespierdheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de mate waarin een persoon krachtige spieren heeft
Etymologie
* afleiding van gespierd
Verwante woorden
gesp
gespaad
gespaand
gespaard
gespaarde
gespaarden
gespachtelputzt
gespalkt
gespalkte
gespan
gespannen
gespannener
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gespierdere
gespierdst →