woorden
boek
Start
›
G
›
gespook
gespook
onzijdig (het)
/ɣəˈspok/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
Het telkens of aanhoudend spoken
kan dat gespook even ophouden, alstublieft?
Etymologie
* van spoken
Verwante woorden
gesp
gespaad
gespaand
gespaard
gespaarde
gespaarden
gespachtelputzt
gespalkt
gespalkte
gespan
gespannen
gespannener
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gesponst
gespookt →