getijde

onzijdig (het)/ɣəˈtɛidə/

Wat is de betekenis van getijde?

getijde betekent: (astronomie), (geologie) de periodieke verandering van de waterstand ten gevolge van de stand van de maan

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. astronomie, geologie (astronomie), (geologie) de periodieke verandering van de waterstand ten gevolge van de stand van de maan
  2. religie (religie) een van de acht officies die het dagritme van een klooster bepalen

Voorbeelden van "getijde" in een zin

  • In de Noordzee zijn de getijden niet zo extreem als op de Bretonse kust.
  • De sext, terts en none staan bekend als de kleine getijden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘eb en vloed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236

Vertalingen

Engelstide
Spaansmarea