getijde
onzijdig (het)/ɣəˈtɛidə/
Wat is de betekenis van getijde?
getijde betekent: (astronomie), (geologie) de periodieke verandering van de waterstand ten gevolge van de stand van de maan
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (astronomie), (geologie) de periodieke verandering van de waterstand ten gevolge van de stand van de maan
- (religie) een van de acht officies die het dagritme van een klooster bepalen
Voorbeelden van "getijde" in een zin
- In de Noordzee zijn de getijden niet zo extreem als op de Bretonse kust.
- De sext, terts en none staan bekend als de kleine getijden.
Etymologie
* In de betekenis van ‘eb en vloed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Vertalingen
Engelstide
Spaansmarea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek