tij

onzijdig (het)/tɛi/

Wat is de betekenis van tij?

tij betekent: de periodieke wisseling van de waterstand met eb en vloed.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de periodieke wisseling van de waterstand met eb en vloed.

Betekenis en uitleg van tij

Tij verwijst naar de regelmatige verandering van het zeewaterniveau, veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de maan en de zon. Het is een natuurlijk fenomeen dat invloed heeft op de kustlijn en het leven in en rond het water.

Je gebruikt het woord 'tij' vaak in de context van maritieme activiteiten, zoals vissen of zeilen. Het is belangrijk om te weten wanneer het hoog- of laagwater is, omdat dit invloed heeft op de toegankelijkheid van stranden en havens. In bredere zin kan het ook verwijzen naar een periode of een tijdsgeest, zoals in 'het tij kan keren'.

Voorbeelden

  • De vissers wachten geduldig op het juiste tij om hun netten uit te werpen.
  • Tijdens het laag tij ontdekte hij een verborgen strand vol schelpen.
  • De coach was ervan overtuigd dat het tij zou keren in de volgende wedstrijd.

Woordoorsprong

Het woord 'tij' komt van het Middelnederlandse 'tijc', dat verwant is aan het Oudgermaanse 'tidiz', wat tijd of periode betekent.

Veelgestelde vragen over tij

Wat is de betekenis van tij?

tij betekent: de periodieke wisseling van de waterstand met eb en vloed.

Welk woordgeslacht heeft tij?

tij is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van tij?

Synoniemen van tij zijn: getijde, getij.

Etymologie

* In de betekenis van ‘eb en vloed’ voor het eerst aangetroffen in 1532

Vertalingen

Engelstide
Spaansmarea