tijd

mannelijk (de)/tɛit/

Wat is de betekenis van tijd?

tijd betekent: onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden
  2. duur van de gelegenheid om iets te doen
  3. sport (sport) gemeten duur waarbinnen een bepaalde prestatie is geleverd als maatstaf voor succes
  4. bepaalde periode waarin iets gebeurt
  5. bepaald moment waarop iets gebeurt

Voorbeelden van "tijd" in een zin

  • Doorheen de tijd heeft de aarde al heel wat evoluties meegemaakt.
  • Ze zeiden dat het de koudste winter sinds honderd jaar was of in elk geval zo ver terug in de tijd als iemand zich kon herinneren. Het kwik daalde soms tot rond de -40, hoewel de wind minder erg was dan daarboven op de vlakte.
  • Je moet hem even de tijd gunnen om dit werk af te maken.
  • Geen tijd meer om van de top af te komen.
  • De wielrenner heeft ondanks zijn blessure een goede tijd gereden.

Betekenis en uitleg van tijd

Tijd is een onzichtbare, maar cruciale dimensie waarin gebeurtenissen plaatsvinden en ervaringen zich ontvouwen. Het kan worden gezien als een stroom waarlangs we ons leven navigeren, van het verleden naar de toekomst, met het huidige moment als het enige dat we echt kunnen ervaren.

Je gebruikt het woord 'tijd' in verschillende contexten, zoals het plannen van afspraken, het reflecteren op het verleden of het denken aan de toekomst. De nuance kan variëren van het gevoel van urgentie, wanneer je moet haasten, tot een meer filosofische benadering, waarbij je nadenkt over de betekenis van tijd in ons leven. In gesprekken kan 'tijd' ook verwijzen naar de kwaliteit van momenten, zoals wanneer je zegt dat je 'tijd van je leven' hebt gehad.

Voorbeelden

  • Ik heb niet genoeg tijd om alles af te krijgen voor de deadline.
  • Tijdens de vakantie nam ik de tijd om te ontspannen en tot mezelf te komen.
  • Het lijkt wel alsof de tijd sneller gaat als je plezier hebt.

Woordoorsprong

Het woord 'tijd' komt van het Oudnederlands 'tijt', dat verwant is aan het Duits 'Zeit' en het Engels 'time', en heeft zijn oorsprong in de Indo-Europese wortel die 'bewegen' of 'verlopen' betekent.

Veelgestelde vragen over tijd

Wat is de betekenis van tijd?

tijd betekent: onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden

Hoeveel betekenissen heeft tijd?

tijd heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft tijd?

tijd is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je tijd in een zin?

Voorbeeld: “Doorheen de tijd heeft de aarde al heel wat evoluties meegemaakt.

Etymologie

:Noord: //: tid (: tíð)

Uitdrukkingen

  • bij tijd en wijle
  • met tijd en boterhammen
  • Met de tijd meegaanZich aanpassen of veranderen naargelang de in de loop van de tijd gewijzigde omstandigheden
  • te gelegener tijd
  • te ongelegener tijd
  • te zijner tijd
  • Zijn tijd vooruit zijnheel modern zijn, vernieuwend zijn|t=z
  • Tijd heelt alle wonden/Tijd slijtMet het verstrijken van de tijd worden negatieve herinneringen zwakker en de erge/verdrietige/zware/kwaadmakende dingen minder erg

Vertalingen

Engelstime
Franstemps
DuitsZeit
Spaanstiempo
Italiaanstempo
Russischвремя
Poolsczas
Deenstid