geuren
/ˈɣørə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (absol) een aangenaam ruikende lucht verspreidenDe bloemenzee geurde en de bijen vlogen af en aan.
Etymologie
*: "geur" met de uitgang -en
Uitdrukkingen
- iets in geuren en kleuren vertellen — iets heel enthousiast en uitgebreid vertellen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek