gevel
mannelijk (de)/ˈɣeː.vəl/
Wat is de betekenis van gevel?
gevel betekent: (bouwkunde) buitenmuur van een gebouw, in het bijzonder die aan de voorkant
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) buitenmuur van een gebouw, in het bijzonder die aan de voorkant
Voorbeelden van "gevel" in een zin
- Ik liep langs gevels die waren voorzien van kantwerk van marmer.
Veelgestelde vragen over gevel
Wat is de betekenis van gevel?
gevel betekent: (bouwkunde) buitenmuur van een gebouw, in het bijzonder die aan de voorkant
Welk woordgeslacht heeft gevel?
gevel is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van gevel?
Synoniemen van gevel zijn: façade.
Hoe gebruik je gevel in een zin?
Voorbeeld: “Ik liep langs gevels die waren voorzien van kantwerk van marmer.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘voormuur van gebouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1450
Vertalingen
Engelsfaçade, gable
Fransfaçade, pignon
DuitsFassade
Spaansfachada
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek