gevlucht
onzijdig (het)/ɣəˈvlʏxt/
Wat is de betekenis van gevlucht?
gevlucht betekent: van een persoon of dier dat hij of zij ergens weggegaan is uit angst voor iets of iemand
Betekenis
werkwoord
- van een persoon of dier dat hij of zij ergens weggegaan is uit angst voor iets of iemand
zelfstandig naamwoord
- (molenaarsambacht) de wieken van een molen en daarbij behorende onderdelen
- (molenaarsambacht) toerental van een molen
- (verouderd) afstand tussen de uiteinden van de uitgespreide vleugels, soms ook gebruikt voor de afstand tussen de uiteinden van de hoorns van dieren
Voorbeelden van "gevlucht" in een zin
- De voor het vuur gevluchte dieren moesten de rivier over zwemmen.
- De voor de oorlog gevluchte mensen moeten in hun nieuwe land ook een nieuwe taal leren.
- Zij zijn geboren in Paramaribo en verhuisden in ‘37 naar Veere en namen daar een gevlucht Duits joods jongetje op.
- De tweede fase van de restauratie van de Ceres-molen bestaat uit het herstel van de kap, de aandrijflijn van de molen en het gevlucht, oftewel het wiekenkruis.
Etymologie
*[B] afgeleid van "vlucht"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek