gewicht

onzijdig (het)/ɣəˈwɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) de kracht die een voorwerp op zijn ondersteuning of ophanging uitoefent
    Henk zijn gewicht is 740 newton.|(alledaagser) Henk zijn gewicht is 74 kg.
    Ik wilde hem vragen hoe hij op de opening terecht was gekomen - of Quick hem had uitgenodigd, en waarom - maar ik durfde niet goed, en het gewicht van de map in mijn handen leek me de mond te snoeren.
    In totaal scheelden deze multifunctionele stokken mij 350 gram aan gewicht.
  2. een element met een vastgestelde zwaarte
    Hoeveel gewichten kun jij met je benen liften in de sportschool?

Etymologie

*Afkomstig van het Middelnederlandse gewichte, dat weer afgeleid is van wegen .

Vertalingen

Engelsweight
Franspoids
DuitsGewicht
Spaanspeso
Italiaanspeso
Japans重さ
Turksağırlık
Poolsciężar
Zweedstyngd, vikt
Deensvægt