gewicht
onzijdig (het)/ɣəˈwɪxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) de kracht die een voorwerp op zijn ondersteuning of ophanging uitoefentHenk zijn gewicht is 740 newton.|(alledaagser) Henk zijn gewicht is 74 kg.Ik wilde hem vragen hoe hij op de opening terecht was gekomen - of Quick hem had uitgenodigd, en waarom - maar ik durfde niet goed, en het gewicht van de map in mijn handen leek me de mond te snoeren.In totaal scheelden deze multifunctionele stokken mij 350 gram aan gewicht.
- een element met een vastgestelde zwaarteHoeveel gewichten kun jij met je benen liften in de sportschool?
Etymologie
*Afkomstig van het Middelnederlandse gewichte, dat weer afgeleid is van wegen .
Vertalingen
Engelsweight
Franspoids
DuitsGewicht
Spaanspeso
Italiaanspeso
Japans重さ
Turksağırlık
Poolsciężar
Zweedstyngd, vikt
Deensvægt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek