gewin

onzijdig (het)/ɣəˈwɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) voordeel, winst
    Het gewin was groot voor het bedrijf.
    „Baas Becking vindt dat de mens op een verpletterende manier met de wereld omgaat, en te veel gericht is op economisch gewin. Hij beschrijft de mens als een plaag, vanwege de sterk toenemende bevolkingsgroei.”

Etymologie

*afgeleid van de stam van "winnen"

Uitdrukkingen

  • Eerste gewin is kattengespinInitiële winst kan ook zo weer zijn verloren