gewin
onzijdig (het)/ɣəˈwɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) voordeel, winstHet gewin was groot voor het bedrijf.„Baas Becking vindt dat de mens op een verpletterende manier met de wereld omgaat, en te veel gericht is op economisch gewin. Hij beschrijft de mens als een plaag, vanwege de sterk toenemende bevolkingsgroei.”
Etymologie
*afgeleid van de stam van "winnen"
Uitdrukkingen
- Eerste gewin is kattengespin — Initiële winst kan ook zo weer zijn verloren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek