gewinnen

/ɣəˈwɪnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) verkrijgen, vooral in godsdienstige zin
    1=Ik acht alle dingen schade te zijn om de uitnemendheid van de kennis van Christus, opdat ik Christus mag gewinnen.[http://maranathakerk.nu/cgi-bin/qgen?cfg=dienst.cfg&d.id=328 Preek 2004]
  2. ov (ov) archaisch/bijbels: als nageslacht krijgen
    En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen;

Etymologie

*afgeleid van winnen

Uitdrukkingen

  • Goed begonnen is half gewonneneen goed begin is het halve werk