gezang

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zingen
    De abt vond het spotternij om die heilige ruimte te vullen met gezang voor zulk een wereldse geestelijke.
    Duikende vogels, mieren, hagedissen en het onophoudelijke gezang van de krekels. Alles was nieuw voor me en ik nam het allemaal in me op als een kind op zijn eerste schooldag.
  2. lied
    Een gezang is een term die in protestants-christelijke Kerken in Nederland gebruikt wordt voor een bepaald type kerkelijk lied.

Etymologie

* van zingen

Vertalingen

Engelssinging, song, hymn
Spaanscanción