woorden
boek
Start
›
G
›
gezapigheid
gezapigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het (te) bedaard, zelfvoldaan, saai en rustig zijn
Etymologie
* afleiding van gezapig
Verwante woorden
gezaag
gezaagd
gezaagde
gezaaid
gezaaide
gezaaiden
gezabbeld
gezabberd
gezadeld
gezadelde
gezag
gezagdraagster
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gezapigere
gezapigste →