gezinsfles

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grote fles waarvan de inhoud voldoende is om een heel gezin uit te laten drinken
    Ze zitten voor de bouwkeet rond de campingtafel, met een hele batterij bierflesjes en een gezinsfles Nordhàuser Doppelkorn tussen zich in.