gezondheid
vrouwelijk (de)/ɣəˈzɔnthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) welbevinden, in goede staat zijnZijn gezondheid was gelukkig niet in gevaar.Het was gek om mijn gezondheid helemaal in handen van deze wonderlijke techniek te leggen, maar het leek mij de meest efficiënte optie.
tussenwerpsel
- een uitroep als iemand niest of hoest
Etymologie
*Afgeleid van gezond .
Vertalingen
Engelshealth
DuitsGesundheit
Spaanssalud, sanidad
Turkssağlık, sıhhat, esenlik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek