gezwenk

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gedraai
    Zij stoeien wild, in snel gezwenk, gebuig,De monden frisch als vochtig-versche vruchten. Jeanne Reyneke van Stuwe (1912)– [tijdschrift] Nieuwe Gids, De [https://www.dbnl.org/tekst/_nie002191201_01/_nie002191201_01_0040.php De sneeuwen wereld.]

Etymologie

* van zwenken