gift
/ɣɪft/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (f)/(m) geld of een voorwerp dat gegeven wordt en waarvoor men niets terug verlangtU zoekt een originele gift voor uw partner, ouders of vrienden?
- (n) vergif
Etymologie
*(erfwoord): Middelnederlands ghifte, ghichte, ontwikkeld uit Oergermaans *giftiz, ouder *geftiz, abstractum bij het werkwoord *geban- ‘geven’; zie aldaar. In het Middelnederlands kwam ook ghichte voor (vergelijk hiermee gracht < graft), maar de f werd hersteld naar analogie met geven; vgl. ziften, schrift. Evenals Nederduits/Duits Gift ‘gave; vergif’, Fries jefte, jifte ‘gave’ en Oudengels ġift, ġyft ‘huwelijksgift, koopprijs voor de bruid’.
Vertalingen
Engelsdonation, gift, present
DuitsGabe, Geschenk, Spende
Spaansobsequio, presente, regalo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek