giftigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin een stof, vaak al in kleine hoeveelheden, schade kan toebrengen aan de gezondheid van een organisme
  2. de eigenschap van een stof schade te kunnen toebrengen aan de gezondheid van een organisme
  3. de mate waarin iets schade kan toebrengen aan de goede werking van iets; de mate waarin iets schade kan toebrengen aan de goede sfeer

Etymologie

* afleiding van giftig