gijk

mannelijk (de)/ɣɛik/

Wat is de betekenis van gijk?

gijk betekent: (scheepvaart) (verouderd) rondhout bevestigd aan het onderlijk van een zeil

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart, verouderd (scheepvaart) (verouderd) rondhout bevestigd aan het onderlijk van een zeil
  2. verouderd (verouderd) boom van een hijskraan of graafmachine
  3. verouderd (verouderd) bij een wegwijzer het bord dwars op de paal

Voorbeelden van "gijk" in een zin

  • Naardien de nacht naderde, en de vlammen zich met snelheid uitbreidden, werd het dringend noodzakelijk, de ontruiming van het schip te bespoedigen Te dien einde bevestigde men een touw aan het uiteinde van de gijk, langs hetwelk de manschap kroop tot aan het touw, waarvan men zich bediende om af te dalen.
  • Hoog in de blauwe lucht strijkt een vogel neer op de top van de naar de zon wijzende giek of gijk van de kraan.

Etymologie

* herkomst onbekend

Uitdrukkingen

  • wacht u voor de gijk

Vertalingen

Engelsboom, arm
Fransgui, bôme, flèche