gijzeling

vrouwelijk (de)/ɣɛizəˌlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gevangen houden of nemen van iemand ten einde iets af te dwingen
    De gijzeling kwam door militair ingrijpen ten einde.

Etymologie

* van gijzelen

Uitdrukkingen

  • iemand in gijzeling houden

Vertalingen

Engelshostage taking
DuitsBeugehaft, Geiselhaft, Geiselnahme