gipsafgietsel
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een in gips gegoten kopie van een driedimensionale vormPas in 1919 kreeg het vak universitaire erkenning door de aanstelling van J.P. Kleiweg de Zwaan als bijzonder hoogleraar antropologie. In 1910 had hij onderzoek gedaan naar de inheemse bevolking van Nias, een eiland voor de westkust van Sumatra. Zijn echtgenote had een serie foto's van de inwoners gemaakt en hij had gipsafgietsels laten maken van hun gezichten, om deze na thuiskomst nader te bestuderen. (In de nieuwe opstelling van het Rijksmuseum in Amsterdam heeft zijn collectie gipsafgietsels een prominente plaats gekregen). Linda Roodenberg Zie de mens 2014 pagina 149
Vertalingen
Engelsplaster cast
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek