git

onzijdig (het)/ɣɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde (materiaalkunde) bepaalde zwarte delfstof
  2. zwarte siersteen

Etymologie

*via Middelnederlands "get", "jaiet", Latijn "gagates" van "γαγάτης" (gagátès); in de betekenis van ‘zwarte delfstof’ aangetroffen vanaf 1451