glaciaal
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) (geologie) koudere fase binnen een ijstijd
- (aardrijkskunde) (geologie) betrekking hebbend op de poolstreken, een ijstijd, een glaciaal of op gletsjers
Etymologie
*afgeleid van glace
Vertalingen
Spaansglaciar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek