gladheid

vrouwelijk (de)/ˈɣlɑthɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde (materiaalkunde) het vóórkomen van gladde oppervlakten
    Door de lage temperaturen en verwachte neerslag kan er gladheid optreden.
  2. psychologie (psychologie) de doortraptheid van iemand waardoor men moeilijk vat op hem/haar krijgt

Etymologie

*Afleiding van glad .