ruwheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet prettig in de omgang zijn van een persoonOptie één is de Europese tot nu toe. Hij wordt gedoseerd ingevoerd binnen bestaande politieke verhoudingen en soepel aangepast aan de hoogte van de dreiging. Hij bestaat gedeeltelijk uit symboliek, uit veiligheidsgebaren die niet veel kosten en geruststellen. Dat lukt alleen wanneer het terrorisme en de dreiging ervan niet blijvend hoog zijn. Is dat wel het geval, dan wordt het op den duur zaak om naar een rijke sponsor te zoeken. Is die er niet, dan treden ruwe tijden aan. Want ruwheid is het kenmerk van de alternatieven. NRC Piet van Reenen 21 augustus 2016
- het niet glad zijn van een voorwerpIk vond de ruwheid van de handdoek wel prettig bij het afdrogen.
Etymologie
*afleiding van ruw
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek