hardheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychische ongevoeligheid
  2. een eigenschap van materialen
  3. een eigenschap van potloden
    Met potloden van een hoge hardheid kun je scherpe lijnen trekken. Met zachtere potloden kun je makkelijker een vlak vullen.
  4. een eigenschap van water: hoeveel mineralen erin zitten
    De hardheid van het drinkwater bepaalt hoeveel wasmiddel je in je wasmachine moet doen
  5. een eigenschap van röntgenstralen
    Harde röntgenstralen hebben een groter doordringend vermogen dan zachte röntgenstralen

Etymologie

* afgeleid van hard

Vertalingen

Engelsharshness