stroefheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand minder vlot is
    Ik probeerde de stroefheid met koude wodka's te bestrijden, maar mijn spraak bleef op slot.
  2. de mate waarin iets minder glad is
    Met het nieuwe asfalt zal Zandvoort een stukje sneller worden. "De stroefheid van dit mengsel is veel hoger dan het oude mengsel, waardoor ze eerder moesten remmen. Dat is nu niet meer nodig. Ze kunnen twee seconden extra snelheid halen op de baan", zegt Bertram van den Brink, de technisch manager die de klus uitvoert.

Etymologie

* afleiding van stroef

Vertalingen

Engelsskid resistance, roughness, nonskid