glasruit

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een glazen plaat die men normaliter gebruikt in een venster; ruitvormig stuk glas
    Het had een glasruit bovenop en was ook een postzegel-schilderij.
    Hij mocht daarvoor Zaterdagsavonds wat verf klaarmaken, een tikje van dit en een tikje van dat; hij schikte ze met een tempermes op de rand van een stuk glasruit, nam het mee naar huis en borg het zoolang in zijn kastje.