ruit

mannelijk/vrouwelijk (de)/rœyt/

Wat is de betekenis van ruit?

ruit betekent: (techniek), (bouwkunde) lucht- en waterdichte, maar lichtdoorlatende glasplaat als afsluiting van een venster

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek, bouwkunde (techniek), (bouwkunde) lucht- en waterdichte, maar lichtdoorlatende glasplaat als afsluiting van een venster
  2. wiskunde (wiskunde) vierhoek waarvan de zijden gelijk in lengte zijn
  3. textiel (textiel) kraanoog of kraanoogkeper
  4. heraldiek (heraldiek) van de vormen van een wapenschild
  5. spel (spel) figuur uit een kaartspel, ♦
  6. bloemplanten (bloemplanten) geslacht van overblijvende planten uit de ranonkelfamilie (), wereldwijd verspreid over alle gematigde gebieden. In Europa komen ongeveer 15 soorten voor, twee ervan, de poelruit () en de kleine ruit () zijn ook in België en Nederland te vinden

Voorbeelden van "ruit" in een zin

  • De ruit van dubbelglas, heeft een betere warmte-isolatie.
  • Nood breekt wet; ze openden de luiken voor een van de ramen en sloegen een ruit in.
  • Mijn blik op Emil is besmeurd, alsof hij zich achter een ruit bevindt die nog vuil is van de modder en de pekel van de winter.
  • Een vierkant is een bijzondere vorm van een ruit.

Betekenis en uitleg van ruit

Een ruit is een vlakke, transparante plaat van glas of kunststof die vaak in ramen en deuren wordt gebruikt. Het creëert een scheiding tussen binnen en buiten, terwijl het licht doorlaat en uitzicht biedt.

Het woord 'ruit' wordt vaak gebruikt in de context van bouw en woninginrichting, maar ook in de automobielsector, zoals voor autoruiten. Ruiten kunnen verschillende vormen en maten hebben en zijn essentieel voor zowel functionaliteit als esthetiek. In de spreektaal kan 'ruit' ook verwijzen naar iets dat breekbaar of kwetsbaar is, bijvoorbeeld als je zegt dat iemand een 'ruit in zijn leven' heeft.

Voorbeelden

  • De zon scheen fel door de ruit van de woonkamer.
  • Tijdens de storm hoorde ik het glas van de ruit rammelen.
  • Ze plakte een sticker op de ruit om te laten zien dat de winkel gesloten was.

Woordoorsprong

Het woord 'ruit' is afgeleid van het Middelnederlandse 'ruyt', dat een vergelijkbare betekenis had. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die verwijzen naar glas of doorzichtige materialen.

Veelgestelde vragen over ruit

Wat is de betekenis van ruit?

ruit betekent: (techniek), (bouwkunde) lucht- en waterdichte, maar lichtdoorlatende glasplaat als afsluiting van een venster

Hoeveel betekenissen heeft ruit?

ruit heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft ruit?

ruit is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je ruit in een zin?

Voorbeeld: “De ruit van dubbelglas, heeft een betere warmte-isolatie.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1253

Vertalingen

Engelswindowpane, rhombus, lozenge
Franscarreau, vitre, losange
DuitsFensterscheibe, Raute, Rhombus
Spaansvidrio, cristal, rombo
Poolsromb