gloor

Wat is de betekenis van gloor?

gloor betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gloren

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gloren
  2. gebiedende wijs van gloren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gloren

Voorbeelden van "gloor" in een zin

  • Ik gloor.
  • Gloor!
  • Gloor je?