glooiing
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het omhoog of omlaag gaan van de bodemNa verloop van tijd waren de bomen minder vaak met lianen getooid en viel er vanuit de hemel her en der een paarlemoeren licht tussen de stammen. Dit was de ruggengraat van het eiland, het iets hoger gelegen land aan de voet van de berg, waar het oerwoud niet langer een dichte jungle was. Hier waren weidse ruimtes doorschoten met bosschages en enorme bomen, en de glooiing van het land voerde hem hoger naarmate het bos zich verder opende. William Golding De heer der vliegen vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema 2011 pagina 165
Etymologie
* van glooien
Vertalingen
Engelsslope, acclivity, hillside
Spaanscuesta, declive, talud
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek