gloren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (absol) zacht gloeien, glinsteren, een zacht schijnsel geven (vooral van de dageraad)Aan de verre horizon gloort de dageraad.Op de bovenste verdieping gloort het licht van een peertje.
- (absol) aanbrekenBij het gloren van de 21e eeuw staat de wereld op de drempel om cruciale beslissingen te nemen.
- (absol) beginnen te verschijnen of gerealiseerd wordenHet besef dat het anders moet begint ook bij hem te gloren.Er gloort weer een sprankje hoop aan de horizon.
Etymologie
* In de betekenis van ‘lichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1611
Vertalingen
Engelsdawn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek