gloren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) zacht gloeien, glinsteren, een zacht schijnsel geven (vooral van de dageraad)
    Aan de verre horizon gloort de dageraad.
    Op de bovenste verdieping gloort het licht van een peertje.
  2. absol (absol) aanbreken
    Bij het gloren van de 21e eeuw staat de wereld op de drempel om cruciale beslissingen te nemen.
  3. absol (absol) beginnen te verschijnen of gerealiseerd worden
    Het besef dat het anders moet begint ook bij hem te gloren.
    Er gloort weer een sprankje hoop aan de horizon.

Etymologie

* In de betekenis van ‘lichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1611

Vertalingen

Engelsdawn