glorietijd
mannelijk (de)/ˈɣloriˌtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode in de geschiedenis dat alles geweldig goed wasHet moet haar even hebben teruggebracht naar haar glorietijd in het prerevolutionaire Sint-Petersburg.
- periode in de geschiedenis dat men overwinningen behaaldeWoods, die in november 2020 zijn laatste toernooi speelde en daarna lange tijd revalideerde na een auto-ongeluk, maakte donderdag nog indruk. Twee dagen later strompelde hij over de baan en weinig deed herinneren aan zijn glorietijd.
Vertalingen
Engelsprosperous time, golden age, glory days
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek