goedertierenheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- met een intentie om een ander te helpen of te ondersteunen- Ronduit deprimerend is dat de meerkoeten het kansloze van de nestlocatie niet willen inzien. Voor jongen die te water gaan, is er geen weg terug; het terras ligt te hoog op het water. Een plankiertje dat ik uit goedertierenheid aanbracht werd versmaad, of niet begrepen.NRC Arjen Ribbens 29 juni 2016- Niemand zal banken gauw prijzen wegens goedertierenheid. Zeker niet die op Cyprus. Maar van de twee grootste Cypriotische banken kan tenminste gezegd worden dat zij als enige enkele jaren geleden gehoor gaven aan de wanhopige oproep van de EU om staatsobligaties van Griekenland op te kopen, terwijl ze er al tot hun nek in zaten.Volkskrant PETER DE WAARD 23 maart 2013
Etymologie
*afgeleid van goedertieren
Vertalingen
Engelsconsideration
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek