goeiedag
/ˌɣujəˈdɑx/
Betekenis
tussenwerpsel
- een groet waarbij men iemand toewenst dat de dag goed zal wezen"Goeiedag" zei hij wat losjes en nam plaats in de treincoupé.
Etymologie
* Afgeleid van goedendag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Afgeleid van goedendag