golving
vrouwelijk (de)/ˈɣɔlvɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het golvend heen en weer gaan
- een ronde golvende vorm hebbendIn een van zijn essays vermeldt Stephen Jay Gould hoe een van zijn helden, Henry Edward Crampton, vijftig jaar van zijn leven—van 1906 tot zijn dood in 1956 — wijdde aan het in alle stilte bestuderen van een slakkensoort in Polynesië, de zogenaamde Partula. Steeds weer, jaar na jaar, mat Crampton de allerkleinste veranderingen — tot op acht cijfers achter de komma — de windingen, krommingen en golvingen van ontelbare Partulae, waarbij hij de resultaten in uiterst nauwkeurige tabellen vastlegde. Eén enkele regel in Cramptons tabel kon weken van opmetingen en berekeningen vertegenwoordigen.Bill Bryson Een kleine geschiedenis van bijna alles Vertaald door Servaas Goddijn {{ISBN|978-90-450-2987-0Een naakte vrouw leunt tegen een muur. We zien haar op de rug. Het gaat Weston om de tegenstellingen tussen de golvingen van de enkels, kuiten, dijen, heupen, schouders en de rechte lijnen van het kale vertrek.NRC K. Schippers 3 november 1995
Etymologie
* van golven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek