recht
onzijdig (het)/rɛxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) geheel van regels waar iedereen in een samenleving zich aan moet houden en de instituties om zulke regels te maken en te handhavenVolgens het recht mag ik hier niet lopen, maar ik doe het toch.
- (filosofie) (juridisch) toestand of ontwikkeling die in overeenstemming is met wat in het algemeen eerlijk wordt gevonden of door een samenleving wordt nagestreefd
- zaak of omstandigheid die men mag opeisenbij elke transactie hebben beide partijen rechten en plichten
- recht doen aan: wat de rechtvaardigheid vereistIk geloof dat we allebei zochten naar een passende reactie, een die recht zou doen aan de grootsheid van de onthulling - maar mijn dochter werd ongeduldig.
- recht hebben op'Ik wil weten wat er is gebeurd.' Daar heb ik recht op.
Etymologie
* In de betekenis van ‘niet gebogen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- iets recht zetten — iets corrigeren wat verkeerd is gegaan
- de rug recht houden — niet toegeven aan een bedreiging
Vertalingen
Engelsright
Fransdroit
Spaansderecho, derecho, recto
Russischправо
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek