scheef

mannelijk/vrouwelijk (de)/sxeːf/

Wat is de betekenis van scheef?

scheef betekent: (vlas- en hennepbewerking) stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (vlas- en hennepbewerking) stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)

Betekenis en uitleg van scheef

Het woord 'scheef' beschrijft iets dat niet recht of niet in lijn is, zoals een scheve tafel of een scheef gebouw. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om aan te geven dat iets niet klopt of niet eerlijk is, zoals in een scheef verhaal.

Je gebruikt 'scheef' vaak wanneer iets visueel of conceptueel niet in balans is. In de bouwwereld kan het verwijzen naar structuren die afwijken van de verticale of horizontale lijn, terwijl het in gesprekken ook kan duiden op oneerlijke situaties of ongepaste gedragingen. Het woord heeft dus zowel een fysieke als een morele connotatie, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • De schilderij hing scheef aan de muur, wat de hele kamer een rommelige uitstraling gaf.
  • Na het horen van zijn verklaring, had ik het gevoel dat er iets scheef zat in zijn verhaal.
  • Tijdens de verbouwing merkte ik dat de muren scheef waren, wat extra werk met zich meebracht.

Woordoorsprong

Het woord 'scheef' komt van het Oudnederlands 'skeyf', wat 'afwijkend' of 'niet recht' betekent. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die eveneens een soortgelijke betekenis hebben.

Veelgestelde vragen over scheef

Wat is de betekenis van scheef?

scheef betekent: (vlas- en hennepbewerking) stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)

Welk woordgeslacht heeft scheef?

scheef is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van scheef?

Synoniemen van scheef zijn: schuin, leemZelfstandig_naamwoord_2.

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands scēve ‘klein stukje, schijfje, vlasafval’, ontwikkeld uit Oergermaans *skibō-, nevenvorm met korte stamklinker van *skībō- (waarvoor zie schijf). Evenals Nederduits Schääv, Duits Schäbe en Engels shive ‘schijfje, snede; scheef’.

Uitdrukkingen

  • iemand scheef aankijkenjaloers zijn op iemand
  • de lampt hangt scheef.het geld is op
  • er is geen pot zo scheef, of er past wel een deksel op.ook voor een minder mooi meisje is er een man te vinden)
  • schots en scheef zijn/staanongeordend door elkaar heen
  • zijn pruik staat scheef.hij is gehumeurd
  • zo scheef als een kraberg scheef

Vertalingen

Engelscrooked, shive
Fransde travers, oblique, chènevotte
Duitsschief, Schä­be
Spaansoblicuo, sesgado, torcido
Italiaansstorto, di traverso, obliquo
Poolspaździerze
Zweedsskev, skävor