gom

/ɣɔm/

Wat is de betekenis van gom?

gom betekent: een gum

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gum
  2. een kleverige vloeistof die wordt gemaakt van het sap van bomen

Voorbeelden van "gom" in een zin

  • Met een gom krijg je die streep nog best weg.
  • Zorg dat je die gom niet aan je handen krijgt.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleverige boomvloeistof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Vertalingen

Engelsrubber, eraser, gum
Fransgomme, gomme
DuitsGummi, Gummi
Spaansgoma, goma