goocheltoer

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een 'toverkunstje' van een goochelaar
    Er waren kooplui, die door een goocheltoer met snelle vingers te verrichten, de aandacht der menschen tot zich trokken en zoo een groepeering om zich vormden.
  2. handeling die haast onmogelijk lijkt