goocheltoer
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een 'toverkunstje' van een goochelaarEr waren kooplui, die door een goocheltoer met snelle vingers te verrichten, de aandacht der menschen tot zich trokken en zoo een groepeering om zich vormden.
- handeling die haast onmogelijk lijkt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek