gooien

/ˈɣojə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het door de lucht verplaatsen van een voorwerp, al dan niet naar een doelwit
    Het was nog een stuk moeilijker dan gedacht om een touw over een hoge tak te gooien.

Etymologie

*van Middelnederlands "goyen", in de betekenis van ‘werpen’ aangetroffen vanaf 1350

Uitdrukkingen

  • De handdoek in de ring gooienhet opgeven
  • De knuppel in het hoenderhok gooienMet een opmerking een meningsverschil krijgen
  • De kont tegen de krib gooienZich verzetten
  • Er met de pet naar gooienje doet niet je best
  • Ergens een gooi naar doeneen kans wagen of iets proberen te raden
  • Goed geld naar kwaad geld gooiengeld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert
  • Hoge ogen gooieneen goede kans maken op iets
  • Met de muts naar iets gooienergens geen zorg aan besteden

Vertalingen

Engelsthrow
Fransjeter, lancer
Duitswerfen
Spaanstirar, lanzar, echar
Russischбросать